zondag 6 november 2011

Plateelbakkerij Schoonhoven

Plateelbakkerij Schoonhoven

Schoonhoven is van oudsher bekend om haar zilverindustrie maar vanaf 1920 komt daar ook het aardewerk van de Plateelbakkerij Schoonhoven naast te staan, welke tegenwoordig onder de naam Schoonhoven Keramiek BV bestaat. Een industrie met een interessante geschiedenis.

In de schilderzaal aan de Wal heerst een serene rust. Mensen met een koptelefoon op het hoofd schilderen er geconcentreerd op aardewerk. In de onderste laag van de fabriek gonzen de machines en ovens en zijn mensen met aardewerk in de weer. In het doolhof van de plateelfabriek is elk stuk van het productieproces strak georganiseerd. In de pauze spelen collega’s een partijtje tafeltennis tussen het keramiek. In de topjaren van dit bedrijf werken er maar liefst 120 mensen, vandaag de dag zitten er nog twee schilders in de schilderzaal en werken er zo’n 14 mensen.

Start van een nieuwe industrie

Het begint allemaal met Kornelis Prins Thz. uit Sliedrecht, rijk geworden in de baggerwereld, die in de zomer van 1920 een stuk grond van de Rooms Katholieke Parochie koopt. Het gaat om een voormalig kerkgebouw uit 1784 aan Molenstraat 11 dat overbodig is geraakt na de bouw van de nieuwe Oudkatholieke kerk aan de Wal in 1904. De gemeente verleent alle medewerking omdat zo’n nieuwe industrie de stad een flinke impuls kan geven. Men kampt ook dan al met een flink begrotingstekort.

Het voormalige kerkgebouw bouwt Prins om tot fabriek; het puntdak topt men af en een hoge schoorsteen voor de bakovens komt op het nieuwe dak te staan. Het pand wordt aangesloten op de gemeentelijke waterleiding, riolering en elektriciteit. In de eerste helft van 1921 is de fabriek volledig in bedrijf. De inschrijving bij de Kamer van Koophandel vermeldt drie vennoten Kornelis Prins, Tijs Volker Prins (zoon van Kornelis) en Tijs Visser (schoonzoon van Kornelis). Daarmee is de plateelbakkerij een echt familiebedrijf. De dan zevenentwintig jaar oude Tijs wordt de volledig bevoegd directeur van het bedrijf. Uit zijn tijd in Indonesië kent hij de gekwalificeerde tekenaar en schilder Joseph Menko Koenig en trekt deze aan als de nieuwe artistiek leider van de fabriek. Kornelis Prins is zelf dus minder betrokken bij de dagelijkse gang van zaken maar levert wel belangrijke bijdragen aan het productieproces .

Een jaar later wordt er al vergunning tot uitbreiding aangevraagd. In een nieuw gebouw aan de Wal moet een schilderzaal komen en daar tussenin een apart ovengebouw. De oven krijgt een diameter van 5 meter en wordt gemetseld met Belgische drielingen. De schoorsteen zou aanvankelijk 22 meter hoog worden om neerslaande rook tegen te gaan maar komt op 11 meter uit. Er wordt niet met kolen maar met turf (magere brandstof) gestookt. In 1924 laat de gemeentelijke gasfabriek weten dat zij voldoende capaciteit heeft om de plateelfabriek te voorzien en een proef daarmee is een succes. Speciaal voor de toevoer naar de plateelfabriek wordt de driekwart buis vervangen door een dikkere vier duims buis, wat de gemeente fl. 550,00 kost. Wanneer in 1929 de kwaliteit van het gas minder wordt gaat men weer over op turf uit Emmer-Compascuum dat per schip wordt aangevoerd. Pas na de Tweede Wereldoorlog komt de elektrische oven in beeld.

De groei van de fabriek

Hoewel de Plateelbakkerij Schoonhoven (PS genoemd) voorzichtig opereert lopen de zaken voorspoedig. De tijdelijke inschrijving bij de KvK wordt in 1925 omgezet voor onbepaalde tijd. Er wordt meer personeel aangetrokken en er komen twee nieuwe vennoten. Eén daarvan is schilder Frans van Katwijk die begint met glazuurexperimenten. Hij is van groot belang voor de verdere groei van de plateelfabriek die in 1929 vraagt om nieuwe uitbreiding. En met de komst van Maurits Kasteleijn breken er gouden tijden aan, wat opmerkelijk is met de internationale beurscrisis op de achtergrond.

Rond 1930 wordt er een nieuw gebouw aan de overkant van de Wal gebouwd voor de opslag van moedermodellen, houtwol (verpakking), kisten en brandstof. Ook wordt er ruimte voor een modellenmakerij, een lakspuiterij en een garage gemaakt. Op 31 augustus 1935 (Koninginnedag) vernietigt een brand de lakspuiterij wanneer een jonge werknemer het rookverbod negeert. De lak en aceton branden flink en de brandblusvoorzieningen schieten al snel tekort. De schade bedraagt fl. 15.000,00. Eind jaren dertig hebben internationale ontwikkelingen veel invloed op de productie van de plateelfabriek die grotendeels afhankelijk is van export. In januari 1944 komt de productie helemaal stil te liggen.

In de zomer van 1945 draait de fabriek weer volop en keren werknemers terug. Tijs Visser draagt de leiding van de fabriek over aan zijn zoon Nico. Frans van Katwijk begint een eigen aardewerkfabriek in Gouda. Het kantoor aan de Wal wordt uitgebreid en de garage wijkt voor kantoorruimte. Begin jaren vijftig worden zes huisjes aan de Molenstraat die in slechte staat zijn, bij de fabriek getrokken om een nieuwe gieterij te realiseren.

De jaren vijftig, zestig en zeventig

Het huis van Jur Verburg ‘ademt’ één en al plateel. Hij komt in 1951 in dienst en zal er vijftig jaar werken. Bijzonder maar toch niet uniek want Ted Kroon, Henk de Bie en Bas de Hoop zullen dat ook doen en dan noemen we niet eens de mensen die veertig, dertig of twintig jaar zullen blijven. Jur maakt hoofd schilderzaal Flip de Weger nog mee. Een gedisciplineerde en autoritaire man (‘dictator’) die voor jonge schilders ’s wel een goede leermeester is. “De eerste drie maanden van je aanstelling oefen je op asbakjes en proefbordjes maar daarna moet je een bijdrage leveren aan het productieproces, al is het maar iets kleins. Mijnheer de Weger bepaalt of iets goed genoeg is; of je in de bovenzaal mag werken of in de onderzaal terecht komt.” Lachend vertelt Jur dat hij op een bepaald moment zijn leermeester voorbij gaat. Directeur Niek (Nico) Visser herinnert hij als een man van zeer weinig woorden die wel respect geniet. Hij is doorgaans in de fabriek wat aan het rommelen en gaat pas tegen vijven naar zijn kantoortje om er wat handtekeningen te zetten.

In de jaren zeventig draait de fabriek op volle toeren. Tegeltjes met afbeeldingen en spreuken, miniatuurklokjes en kleine pillendoosjes doen het razend goed als souvenir in de winkels in Amsterdam. De schilders in de onderzaal houden zich daar vooral mee bezig. De meester-schilders werken in de bovenzaal onder leiding van Hennie Molenaar en Gerrit Neven aan speciale opdrachten. Op de glazuurafdeling werkt Kees Hardy met knecht Gerrit van Putten aan de bereiding van tonnen met 60 liter glazuur. Wanneer Gerrit het glazuur op de juiste concentratie heeft gebracht controleert Hardy met zijn vinger of deze in orde is en moet er toch altijd nog één kopje water bij doen: je moet je gezag toch laten gelden!

Koerswijziging onder invloed van een veranderende markt

In 1982 wordt besloten de naamloze vennootschap om te zetten in een besloten vennootschap. Met het oog op de continuïteit van de onderneming worden op dezelfde dag twee adjunct-directeuren benoemd: Joop Visser en Hans van Dorst (zoon en schoonzoon van Nico). In 1983 treedt Nico uit als directeur en heeft dan 35 jaar bij Plateelbakkerij Schoonhoven gewerkt. Vanaf 1987 is Hans van Dorst algemeen directeur.

De bloei uit de jaren zeventig verdwijnt langzaam door de concurrentie vanuit China waar men Delftsblauw aardewerk na gaat maken. Het inkopen van deze producten is goedkoper dan het zelf fabriceren en zo komt het voor dat Chinese toeristen hun eigen artikelen als Hollands souvenir mee terugnemen naar huis! De interesse voor Delftsblauw aardewerk loopt echter ook terug. Jonge mensen vinden het oubollig of duur. Directeur van Dorst doet een goede zet door een nieuwe markt te creëren, al vinden de medewerkers dit jammer maar noodzakelijk. Moderne kunstenaars worden ingezet om borden en vazen te decoreren. Herman Brood, Clemens Briels, Jan des Bouvrie, M.C. Escher, Maya Wildevuur en anderen lenen hun ontwerpen en de belangstelling voor Schoonhovens keramiek neemt weer toe.

Schoonhoven Keramiek B.V.

In 1999 wijzigt de doelstelling van het bedrijf in ‘productie en verkoop van geschenkartikelen in keramiek’ en wijzigt de aloude naam in ‘Schoonhoven Keramiek BV’. Het productieproces verandert en de unieke techniek van transfer – een zeefdruk prent op aardewerk in een unieke zeven kleuren laag – doet haar intrede. De computer neemt ook hier veel werk uit handen. Ontwerper Sylvia Brands, die ooit begon met de bedoeling één jaar te blijven, ziet veel collega’s vertrekken en processen veranderen in de eens zo levendige fabriek maar blijft ook het mooie van de nieuwe ontwikkelingen inzien.

Kunstenaars met een verstandelijke beperking maken nu ook nieuwe ontwerpen en er ontstaat een nieuwe afzetmarkt binnen het bedrijfsleven. De nog aanwezige werknemers houden de fabriek ook in crisistijd overeind. Toch ontkom je er niet aan dat een rondleiding door de stille ruimten van de oude fabriek een nostalgie van vergane glorie ademt. De bedrijvigheid van vroeger zal er niet meer terugkeren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen